In het kort
Een gladde verflaag kan slechte voorbereiding niet verbergen. Gaten, lijmresten, poederende plekken en verschillen in zuiging blijven vaak zichtbaar.
Controleer de ondergrond
Vast of poederend
Wrijf over de muur en kijk of veel stof of krijt loskomt.
Glad of beschadigd
Strijklicht laat putjes en reparatieranden goed zien.
Schoon of vet
Keukens, rook en handcontact kunnen aanslag achterlaten.
Gelijk zuigend
Nieuwe pleister, reparaties en oude verf kunnen verschillend opnemen.
Stappenplan voorbereiding
- 01
Verwijder losse delen
Steek losse verf en brokkelige reparaties voorzichtig weg.
- 02
Maak schoon
Verwijder stof, vet en vuil met een passende methode.
- 03
Vul gaten
Gebruik geschikt vulmiddel en laat volledig drogen.
- 04
Schuur vlak
Werk reparatieranden uit.
- 05
Maak stofvrij
Schuurstof kan de hechting verminderen.
- 06
Beoordeel voorstrijk
Gebruik passende voorbehandeling bij sterke of ongelijke zuiging.
- 07
Controleer met strijklicht
Bekijk de wand schuin voordat je begint.
Scheuren eerst beoordelen
Een kleine stabiele krimpscheur vraagt een andere aanpak dan een terugkerende of breder wordende scheur. Herstel pas nadat duidelijk is dat de oorzaak niet verder werkt.
Veelgestelde vragen
Moet je altijd schuren?
Niet de hele muur, maar reparaties, glanzende oude lagen en ruwe plekken vragen vaak om schuren of matteren.
Hoe weet je of een muur zuigt?
Een waterproef kan indicatief zijn, maar combineer die met kennis van de ondergrond en productadvies.
Kun je over behanglijm schilderen?
Lijmresten kunnen vlekken of hechtingsproblemen geven; maak de wand eerst schoon.
Moet je na vullen altijd voorstrijken?
Niet automatisch, maar reparatieplekken kunnen anders zuigen dan de rest.